Psycholoog Den Haag golven afbeelding
Psycholoog Den Haag Wolken afbeelding
Psycholoog Den Haag strand afbeelding
Psycholoog Den Haag Harde wind aan het strand afbeelding

Methoden

Kortdurende Dynamische Psychotherapie (Davanloo)

Kortdurende Dynamische Psychotherapie (ISTDP) heeft tot doel u ervan bewust te maken dat u in uw leven langzamerhand emoties bent gaan onderdrukken. Daardoor zijn er angsten/spanningen en afwerende automatismen ontstaan. U wordt dan steeds belemmerd adequaat en vrij te handelen. Daardoor ontstaan er weer spanningen en vaak ook lichamelijke klachten. Dit brengt u in een vicieuze cirkel. Angsten en automatismen op angst zijn zo vanzelfsprekend geworden dat u niet meer stilstaat bij uw echte emoties, deze als het ware niet meer herkent. Terwijl uw emoties u nu juist aangeven wat er in uw leven op dat moment speelt. Allerlei liachamelijke klachten en psychiatrische symptomen ontstaan hierdoor.

Met behulp van deze vorm van psychotherapie leert u herkennen en erkennen welke emoties er bij u onder enerverende omstandigheden spelen, hoe deze onderdrukt werden waardoor u gespannen werd. U gaat herkennen hoe u automatisch met veel lichamelijke reacties en ontwijkende gedragingen reageert op conflictsituaties. Doordat u zich steeds bewuster gaat worden van uw automatische reacties gaat u leren hoe u zich kunt bevrijden van uw spanningen, klachten en beperkend gedrag. U leert zorgvuldig met uzelf om te gaan.

De cliëntgerichte psychotherapie (Rogers)

Cliëntgerichte psychotherapie, ook wel aangeduid als Rogeriaanse, experiëntiële of procesgerichte psychotherapie (vroeger ook wel als 'non-directief'), werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers (1902-1987).

In de cliëntgerichte therapie gaat de psycholoog niet op zoek naar ervaringen in het verleden, maar naar wat vandaag de dag speelt. De cliënt en zijn beleving staat centraal, vandaar de naam client centered.

De psycholoog zal op een respectvolle en empatische wijze met de cliënt omgaan, waardoor het proces van zelfexploratie bij de cliënt optimaal kan verlopen. Hierbij worden technieken als actief luisteren, het zich kunnen inleven/invoelen in de gedachten en gevoelens van de cliënt, gebruikt. De cliëntgerichte psycholoog streeft naar een zo gelijkwaardig mogelijke relatie met de cliënt, waarbij de gehele mens mét zijn problemen wordt aanvaard.

De cliënt wordt gezien als deskundige bij uitstek ten aanzien van zijn eigen psychisch functioneren en de psycholoog is vooral de deskundige leider van het proces.

Partnerrelatie- en gezinstherapie (Andolfi)

Kenmerkend voor deze vorm van therapie is dat partners of gezinsleden meestal samen in therapie zijn. In de therapie staan de problemen van een of meerdere betrokkenen centraal.

Partner-relatietherapie en gezinstherapie wordt ook wel systeemtherapie genoemd. Binnen een sociaal systeem beïnvloeden mensen elkaar. Gedachten, gedragingen, gevoelens en verwachtingen ontstaan in wisselwerking met anderen uit onze omgeving. Dit is een gecompliceerd proces waarbij problemen kunnen optreden.

Een systeempsycholoog ofwel partner-relatie/gezinspsycholoog zal de problemen altijd bezien tegen de achtergrond van de wisselwerking met anderen.

De cognitieve therapie (Beck)

Cognitieve therapie (geïntroduceerd door de psycholoog Aäron Beck) is een behandelvorm die gebaseerd is op het idee dat psychische klachten of problemen voortkomen uit de wijze waarop mensen informatie selecteren en verwerken.

Hoewel de therapie 'cognitief' heet, betekent dit niet dat ze niet-emotioneel is. Het gaat bij cognitieve therapie om wat wel de hot-cognitions worden genoemd: opvattingen die nauw verbonden zijn met sterke emoties en disfunctionele gedragingen.

In deze therapie wordt geprobeerd om de (tot dan toe grotendeels automatische) manieren van informatieselectie en interpretatie bewust te laten worden, en deze te beïnvloeden door kritische reflectie en toetsing aan de werkelijkheid. Het doel is een verandering te weeg te brengen in het automatische denkproces.

De psycholoog stimuleert de cliënt zelf tot nieuwe inzichten te komen. In deze theorie speelt het toetsen van opvattingen van de cliënt aan de realiteit een grote rol.

De cognitieve therapie gebruikt ook zogenaamde gedragsexperimenten, waarmee de cliënt door zich op een specifieke manier te gedragen, test of zijn voorspellingen uitkomen of niet. Op deze wijze verkrijgt hij door ervaring informatie over de houdbaarheid van oude en nieuwe opvattingen.

De cognitieve gedragstherapie (Ellis)

De cognitieve gedragstherapie (geïntroduceerd door de psycholoog Albert Ellis) ofwel de Rationeel Emotieve Therapie (RET) is een combinatie van cognitieve therapie en gedragstherapie (denken en doen).

Onderzoek heeft aangetoond dat cognitieve therapie en gedragstherapie vaak tot vergelijkbare resultaten  komen in de behandeling van psychische klachten.

Het is gebleken dat het veranderen van gedachten en het veranderen van gedrag goed kan samengaan. Mensen denken vaak in een bepaald patroon dat automatisch wordt gebruikt en bij psychische klachten vaak negatief is. Door deze disfunctionele (onlogische, niet helpende) gedachten te veranderen in functionele (logische, helpende) gedachten verdwijnen de psychische klachten waardoor zowel de gevoelens als het handelen (gedrag) weer gezond wordt.

De oplossingsgerichte Ericksoniaanse psychotherapie (Erickson)

De oplossingsgerichte korte psychotherapie, meestal kortweg oplossingsgerichte therapie genoemd, onderscheidt zich in werkwijze sterk van andere vormen van psychotherapie.

De meeste andere therapieën richten zich allereerst op probleemanalyse: het omschrijven van problemen en onderzoeken van de oorzaken van die problemen. Die oorzaken worden onder andere gezocht in het verleden, de omgeving of de gedachten- en gedragspatronen van de cliënt.

Oplossingsgerichte therapie ziet de probleemanalyse echter als een inefficiënte omweg en slaat deze omschrijvende en onderzoekende fase over.

Psychologen die werken volgens de theorie van probleemoplossende therapie zijn ervan overtuigd dat het niet nodig is om te begrijpen hoe een klacht is ontstaan. In plaats van zich te verdiepen in het probleem, verdiept probleemoplossende therapie zich in mogelijke oplossingen. De cliënt wordt vanaf het begin aangemoedigd zich te concentreren op de nu nog denkbeeldige situatie waarin het probleem is opgelost. Daarbij gaat men ervan uit dat de cliënt de oplossing onbewust al in zich heeft, namelijk in de vorm van uitzonderingen op het probleem. Geen enkel probleem is namelijk constant aanwezig.

In oplossingsgerichte therapie concentreert de cliënt zich op de situaties waarin het probleem zich niet voordoet, of minder op de voorgrond treedt. De cliënt bepaald zelf het doel van de therapie. Om dit doel te bereiken richt oplossingsgerichte therapie zich enkel op het verleden wanneer het om successen van de cliënt gaat. In elk ander geval ligt de focus van oplossingsgerichte therapie op het heden en de toekomst.

Men let niet op de klacht van de cliënt, maar op hetgeen de cliënt al goed doet. Hierbij wordt er ingezet op snelle resultaten. Dit is goed voor het moreel van de cliënt, die op deze manier geprikkeld wordt om gemotiveerd en ondernemend te blijven.

Bij oplossingsgerichte therapie, waarvoor ook wel de Engelse term solution-focused therapy wordt gebruikt, stelt de psycholoog zich niet op als expert. De cliënt wordt gezien als de echte deskundige in zijn of haar eigen problematiek.

De cliënt wordt dus ook geacht zelf op zoek te gaan naar nieuwe oplossingen. De psycholoog neemt daarbij een sturende rol in. Zo zorgt de psycholoog dat de conversatie oplossingsgericht blijft. Ook helpt de oplossingsgerichte psycholoog de cliënt bijvoorbeeld met het stellen van haalbare doelen, en ziet de psycholoog erop toe dat de cliënt zich op één doel tegelijk richt.

In oplossingsgerichte therapie is het belangrijk dat de cliënt de verantwoordelijkheid neemt voor de eigen probleemsituatie. Oplossingen worden niet gezocht in het verleden, bij anderen of in omstandigheden, maar in het heden en bij de cliënt zelf.

Voor het slagen van de therapie is het essentieel dat de cliënt ervaart dat verandering van het eigen gedrag de sleutel kan zijn tot het behalen van de doelstelling.

 

 

 

 

 

 

Cliënt vertelt